De hond die hoi zegt (een waargebeurd verhaal)

Laatst liep ik een boekhandel binnen waar ik niet vaak kom. Van achterin de winkel werd ik door een jongen begroet met “hoi”. Vervolgens bleef hij op zijn laptop zitten tikken en keek niet meer op. Terwijl ik de uitgestalde boeken bekeek, kwam er een vrouw met kort haar langslopen, ook iemand van de winkel. In haar kielzog liep een hondje. Zo te horen waren zijn nagels al een tijd niet meer geknipt want zijn stapjes waren duidelijk hoorbaar op de houten vloer.

De winkelmedewerkster vroeg of ik alles vinden kon en of ik lekker aan het rondsnuffelen was. En zij vroeg of ik het niet vervelend vond dat er een hond in de winkel liep. Dat vond ik wel, ik heb een hekel aan honden, maar omdat het mooi weer was en omdat het lichtbruine diertje er vriendelijk uitzag, nam ik me voor er niets onaardigs van te zeggen. Ik zei haar: nee hoor, normaal hou ik niet van honden maar deze ziet er ongevaarlijk uit. Nou, was haar antwoord, het kan wél zijn dat hij zo naar je toe komt om even “hoi” te zeggen en dat hij dan tegen je opspringt! Hoi zeggen? Tegen me opspringen?

Met een vriendelijk “hoi” verliet ik direct (zonder aankoop) de winkel. Op naar een hondvrije boekhandel. HIER winkel je echt hondvrij.

Papierschuiver en emotieverkoper

Een boekhandelaar wordt geacht veel kennis te hebben. Kennis van zaken. Van de klassiekers bijvoorbeeld. Van Kafka tot Kellendonk. Van Erasmus tot Elsschot. Van Vondel tot Voskuil.

Hij moet bekend zijn met de literaire prijzen: Ako, Nobel, Libris, Multatuli, P.C. Hooft, Man Booker en de winnaars ervan. Hij moet weten
wat de best verkochte boeken zijn van het moment. Voor klanten voor wie alleen het allerbeste en allernieuwste goed genoeg is: “Ik zoek een boek voor iemand die alles al gelezen heeft en die altijd het nieuwste van het nieuwste leest. Wat is het nieuwste allerallerbeste boek dat u nu hebt liggen?”

Uiteraard is de boekverkoper er ook van op de hoogte of een schrijver nog leeft of niet. (Campert leeft die nog of was dat nou Mulisch?).  Ook herken je een doorgewinterde boekverkoper aan de kennis die hij heeft over Gouden Griffels en – Stroppen en Zilveren Penselen. Over trilogieën (van Stieg Larsson tot Willem I, II en III in een box). Over de nieuwste managementtopper, het beste boek over de iPad, het standaard opvoedboek en het kookboek van het jaar. Over de volgorde (en de titels) van de verschillende delen in een reeks: alle delen van Harry Potter, dat is nog wel te doen. Maar dan? Alle Tinten grijs? Alle Grijze jagers? Lekker belangrijk!

Dat laatste is geen echte kennis – al denken sommige boekverkopers daar anders over.

Echter, waar de boekverkoper het liefst over praat is over een boek dat hij zelf heeft gelezen. En dat hij waardeerde om het mooie taalgebruik of om de originele opbouw van het verhaal. Of om de moeilijk in woorden uit te drukken emoties die mooi in beeldspraak zijn verpakt. Of gewoon precies raak beschreven. En of Jantje nou Pietje vermoord heeft of andersom. Wat maakt het uit? Hoe bloedig dat wel niet was?  Val de boekverkoper er niet mee lastig.  En of het dan echt het aller-aller-beste boek van het moment is? Geen idee! Gelukkig maar.

Uiteindelijk blijft een boek gewoon een stapeltje papier. En de boekverkoper is de aanprijzer ervan. Van stapels papier …..en van emoties.

 

Het universum van de boekhandelaar

Als Vaste Klant bij een boekhandel kun je soms  het gevoel krijgen dat deze winkel ook jou een beetje toebehoort. Je hebt er zo je favoriete planken. Je speurt er naar nieuwe kaften. Je groet altijd dezelfde Vaste Medewerker die stilletjes in zijn hoekje bivakkeert. Je voelt je thuis tussen de vele meters boeken.

Maar niets is minder waar. Het is niet joúw boekhandel, maar het is het universum van
De Boekhandelaar waar je keer op keer binnenloopt.

Deze Boekhandelaar behoort tot de categorie Zelfbenoemde Intellectuele Autoriteit. Hij Continue reading

Een kroket uit de muur of literaire anorexia

Tom Lanoye gebruikt op een bepaald moment in zijn roman Sprakeloos de term ‘literaire anorexia nervosa’, wanneer hij schrijft over een trend in de literatuur: ‘less is more’. Magerzucht in de letteren. Hij vraagt zich af waarom je een verschijnsel in één woord zou willen vangen als er tien woorden voor beschikbaar zijn. En dan doelt hij niet op de schoonheid van een tekst maar op waarheidsgetrouw schrijven (hier over de aftakeling van zijn moeder).

Wat volgt is een pleidooi – nee eerder een tirade – tegen ‘minimalistische kitsch’, in de kunst en in de keuken (want een Vlaming eet geen kroketten uit de muur en ook geen Royco Minute Soup!). Geen sobere teksten dus bij Lanoye maar veel en alles. En veel van alles. Ook dat. Maar dat vele verveelt geen seconde. Continue reading

Maar waarom toch die hand?

Is het je wel eens opgevallen dat de foto’s van schrijvers op de achterflappen van hun boeken op een bepaalde manier op elkaar lijken? Ooit heb ik een klein onderzoekje gedaan naar dit soort auteursportretten. En dan is het echt opmerkelijk hoeveel schrijvers er met hun hand onder de kin geportretteerd zijn. Waarom? Zitten ze na te denken? Waaraan? Aan iets als: “Ik weet lekker al wel hoe het verhaal afloopt!”?  Of willen ze kost wat kost hun hand in beeld? Weten ze niet waar ze hun hand anders moeten laten? Is het om een bepaalde houding aan te nemen? Een erudiete uitstraling? Ik ben er nog niet helemaal uit!

Zit Bart Koubaa (De Leraar) hier al na te denken over het plot van zijn nieuwe roman? Denkt F. Springer (Quadriga) nog steeds aan zijn liefje in de DDR? J.K. Rowling (Een Goede raad) houdt heel charmant haar hand onder haar kin. Van nadenken lijkt hier geen sprake, eerder van een flirt. Paulien Cornelisse (En dan nog iets) maakt het helemaal bont. Met haar handen in het haar denkt ze waarschijnlijk: “Een foto is zeg maar niet echt mijn ding!”

Mariannne Fredriksson (Anna, Hanna en Johanna), je ziet haar denken. Maar omdat zij tegelijkertijd omhoog kijkt, ziet dat er enigszins typisch uit. Rik Launspach (1953) staat niet onnatuurlijk op de foto. Maar waarom toch die hand!? Continue reading

Het licht van Coenen

Het ‘nuchterbleeklicht’ in de kamer, het ‘trillend licht’ van de lantaren, het ‘druilerig kelderlicht van een winterzon’, het ‘broze avondschijnlicht’, het ‘bleeke treurlicht’, de ‘warmgulden lichtatmosfeer’, het ‘waterlicht’, het ‘middag-druillicht’, het ‘gele licht’, het ‘stillere licht’, het ‘koude bleeke licht’, het ‘kille licht’, een ‘ernstig lichtdonker’ en een ‘schelle lichtdag’.

Frans Coenen (1866-1936) maakte gebruik van écriture artiste (woordkunst), een schrijftechniek die gebruikt werd om de werkelijkheid zeer gedetailleerd te beschrijven. Coenen, naturalistisch auteur van o.a. romans als Zondagsrust (1902), In duisternis (1903) en Een zwakke (1896), beschrijft het licht – zoals dat wordt waargenomen door de hoofdpersoon in Een zwakke. Zijn naam is Johan Rekker, een Amsterdamse burgerjongen van een jaar of achttien:

En hij was klein, sjofel en zwak in ‘t bleeke treurlicht. Onder de randschaduw van den hoed bleekte ‘t ovale smalle gezicht met een peinzing om de droevig-gesloten lippen. De lichtblauwe oogen onder de bijna onzichtbaar blonde wenkbrauwen zagen bewustloos neer en om den rechten, fijnen neus, waar het slappe bleek van het wangvleesch haast groen getint was van zwakte, trok het in nerveuze trillingen.

Johan is duidelijk een anti-held, door Coenen zo in al zijn naaktheid getoond.

Prachtig toch? En waar gaat dit verhaal over? Continue reading

Vlooienmarkt Zeist

Op zondag 22 februari 2015 staan we met mooie tweedehands boeken, cd’s, LP’s etc. op de vlooienmarkt in Sporthal de Dijnselburg in Zeist. Van 09:00 tot 16:30 uur.  Tot dan!

Wintermarkt 2014


Ook dit jaar staan we weer op de Wintermarkt in De Bilt.
Aanstaande zondag 14 december vanaf 12.00 uur in de Dorpsstraat.

Met stapels mooie en hele voordelige boeken.

 

Een plank vol schuldgevoel

In mijn boekenkast staan op de onderste plank de boeken die ik graag wil lezen maar die steeds voorbij worden “gestreefd” door weer andere boeken. Op die plank staan níet Thomas Manns Toverberg of James Joyces Ulysses (die lees je toch nooit) maar (nog steeds) Vrij man van Nelleke Noordervliet en iets heel anders: Goudkoorts (1890-1892) van de Catalaanse schrijver Narcís Oller (1846-1930), over de handel en wandel van een beursmagnaat in het Barcelona aan het eind van de negentiende eeuw. Het verscheen pas in 2007 voor het eerst in een Nederlandse vertaling.

Ook Het verdriet van België stond al een poosje te verstoffen onderin de kast. Maar een bezoek aan West-Vlaanderen laatst zorgde voor voldoende inspiratie om een poging te wagen deze klassieker eindelijk een te lezen. Nu heb ik een gedeelte van ‘Het verdriet’ en een gedeelte van ‘van België’ gelezen. Het is een fantastisch boek. Toch moet ik zeggen dat het niet makkelijk leest. Je moet er wel de tijd voor nemen.

Inmiddels heeft zich weer een nieuwe stapel gevormd, Continue reading

Waarom mensen lezen?

bron:geheugenvannederland.nl

Waarom mensen lezen? Mensen hebben verhalen nodig. Verhalen om hun eigen leven te kunnen zien. Hun eigen leven in relatie tot levens van anderen. Levens van mensen die ze niet kennen. Avonturen van anderen die ze nooit zullen beleven. Moorden die anderen maar zij nooit zullen begaan.

Je kunt je identificeren met de hoofdpersoon. Maar ook als je je niet in een personage herkent kun je wel een voorstelling maken zijn wereld. Je bewondert of bekritiseert hem. Of  je verbaast je over hoe hij leeft of denkt. Continue reading

Poëzie van de verdoemden

Charles Bukowski (het juiste antwoord) zal er de man niet naar geweest zijn te treuren om het feit dat een prijsvraag over een tekst van hem geen winnaars heeft opgeleverd. En boekendrop (de prijs) zal hij waarschijnlijk verafschuwd hebben. De titel van het gedicht van de prijsvraag is verkeerde kant op. Het is te vinden in de poëziebundel De genoegens van de verdoemden. Behalve zes romans schreef Bukowski ook vele (vierduizend!) gedichten. Hij schreef niet over winnaars maar juist over de minder geslaagden, de drop-outs en spaarde daarbij ook zichzelf niet. Sterker nog, bijna zijn gehele oeuvre bestaat uit beschrijvingen van zijn ongeschoolde baantjes, zijn mislukte relaties, zijn drankzucht en zijn vechtpartijen. Vaak zijn de omstandigheden waaronder hij leefde (of in ieder geval zoals hij ze beschreef) van een oneindige treurnis: “Ik kan zelfs geen kakkerlak vinden voor wat kontakt.”
Wat is er nu zo bijzonder aan de boeken van Bukowski? Continue reading

Wie is de auteur van dit gedicht?

SS Normandie 1932

luxe-oceaanstomers
varen over het water
vol met de lustelozen
en de rijken
die van hier gaan naar ginder
met hun afwezige hart
en hun lege ingewanden
als een kerstkalkoen
met boven ze de grote blauwe hemel
verspild
al dat water
verspild
al die vingers, hoofden, tenen, billen,
ogen, oren, benen, voeten
die slapen
in hun American Express-
kajuiten.
. . . . . . . . . . . . . . . .

Maar wie is de auteur van dit gedicht? Continue reading

Frans Coenen 2

De Amsterdammer 1897

Naturalistisch proza toont onverhuld alle facetten van het leven en schuwt de sombere kant daarbij niet. Frans Coenen (1866-1936) toont bij uitstek het sombere van het leven. De zon krijgt bij hem amper de kans om achter de wolken vandaan te komen. Maar hoe werd zijn werk door tijdgenoten gewaardeerd? Aan het werk van Coenen, die zelf als criticus veel boeken heeft gerecenseerd, werd ook door zijn tijdgenoten heel wat aandacht besteed. In de periode dat Verveling, Een zwakke en Bleeke levens werden gepubliceerd (van 1896 tot 1902), werd hij door de recensenten ‘talentvol, maar wel erg somber’ bevonden. Deze drie werken straalden volgens de critici ‘eenzelfde uitzichtloze sfeer’ uit. Een zwakke werd indertijd in negen tijdschriften besproken.

Van deze bladen heb ik er een aantal kunnen inzien op de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek in Utrecht. Continue reading

Frans Coenen 1

bron: dbnl.nl

Frans Coenen, wie was dat ook al weer? Was dat niet zo’n naturalistische knakker uit de negentiende eeuw? Ja, al klinkt deze omschrijving mij wat oneerbiedig in de oren omdat ik een liefhebber van hem ben. Maar het klopt: zijn werk wordt tot het naturalistisch proza gerekend. Coenen (1866-1936) was schrijver, essayist en criticus en hij is vooral bekend geworden als naturalistisch auteur van uiterst sombere verhalen, schetsen, en novellen.

Al uit de titels, zoals In duisternis en Verveling spreekt het troosteloze, het zwartgallige van het leven. Aan de personages die Coenen in zijn werken voor het voetlicht laat treden, ontbreekt het zonder uitzondering aan levenskracht en wilskracht. Zij vinden geen voldoening in hun relaties, hun werk of bezigheden.  Continue reading

De dood van de roman

Eens in de zoveel tijd hoor of lees je  ”de literatuur is dood” of “de roman is dood”. Wie dat dan precies zegt, is nooit helemaal duidelijk.  Ergens schijnt er een kracht te zijn die de roman om zeep wil helpen of die de dood van het genre voorspelt. Ook Tommy Wieringa schreef hier laatst over in de Volkskrant. In deze verhandeling, getiteld ‘Doodsdrift’, taxeert hij de overlevingskansen van de roman. Continue reading

Literatuur: een bonbon of jelly bean?

Vorig weekend stond er in de boekenbijlage van de Volkskrant een aantal uitspraken van zes schrijvers over wat volgens hen literatuur is en wat niet. Dit naar aanleiding van het verschijnen van De waarheid over de zaak Harry Quebert van de Franse auteur Joël Dicker waarbij de vraag werd gesteld of dit nu een literair boek is.  Joost de Vries begint zijn stukje met de zin “Vergeet Joël Dicker”. Daar hebben de andere auteurs gehoor aan gegeven Continue reading